Walvissnot, bron van informatie over gezondheid
Drones bieden een stabiel, stil platform, waardoor stress en verstoring van de walvis tot een minimum worden beperkt. © NEAq/WHOI, NMFS/NOAA Permit #21371.
Het is geen kattenpis om van een walvis een monster te nemen, waarmee je de aanwezigheid van virussen kunt bepalen. Onderzoek met drones heeft hierin de afgelopen jaren verandering gebracht. Dat onderzoek vindt zowel in de VS als in Europa plaats en richt zich vooral op baleinwalvissen (Mysticeti), zoals bultruggen (Megaptera novaeangliae) en noordkapers (Eubalaena glacialis), in het Noordpoolgebied. Biologen van het King’s College London en de Nord University publiceerden er een artikel over in BMC Veterinary Research. Eén maand eerder, publiceerden onderzoekers van het Woods Hole Oceanographic Institution, WHOI in de VS, hun microbiologische resultaten over de gezondheid van walvissen, in SME Journal. De resultaten zijn alarmerend.
Frustratie leidt tot gebruik van drones
In 2010 explodeerde het booreiland Deepwater Horizon in de Golf van Mexico. Dat veroorzaakte één van de grootste olierampen ooit. Na de ramp onderzocht walviswetenschapper Iain Kerr hoe deze olieramp de potvissen beïnvloedde. Daarbij schoot hij met speciale pijltjes op de dieren om weefselmonsters voor biopsies, te verzamelen. Dat lukte niet goed. Telkens wanneer zijn boot een walvis naderde die naar het wateroppervlak kwam om te ademhalen, verdween het dier weer sierlijk onder de golven. Frustratie al om. s ’Nachts dook ook nog een potvis (Physeter macrocephalus) vlak voor zijn boot op …. en spoot hem onder de walvissnot.
Dat werd Kerr, die bij de natuurbeschermingsorganisatie Ocean Alliance werkt, zijn eureka-moment. Onder de walvissnot, vroeg hij zich af of het mogelijk zou zijn om die snot te verzamelen met een drone. Na een reeks van experimenten ontstond SnotBot, een drone met zes petrischalen die walvissnot verzamelt door over het dier te vliegen terwijl het, met een schitterende fontein van vocht, water en snot uit de longen, uitademt. De snot is een bron van informatie over de 1 gezondheidstoestand van het dier. DNA-analyses geven informatie over het geslacht, of het dier zwanger is en over het microbioom ervan.
Noordkapers
In het begin van de 17de eeuw noemden Engelse walvisjagers deze indrukwekkende bewoners van de zee, de ‘Right Whale’, omdat het dier voor hen de ideale walvis-prooi was. De noordkaper zelf, dacht daar vanzelfsprekend heel anders over. Voor de walvisjagers was het een aantrekkelijke buit, omdat het dier één van de grootste walvissen is en veel blubber opleverde, vrij langzaam zwemt en niet zinkt als het is doodgeschoten. Door de steeds intensiever wordende jacht was de noordkaper al rond het einde van de 19de eeuw zo goed als uitgestorven. De walvisjacht ging onverdroten voort tot het ver in de twintigste eeuw.
De noordkaper is een (door ons) ernstig bedreigde en nu een zeer zeldzame beschermde walvis Ze leven in het Amerikaanse deel van de Noord-Atlantische Oceaan. De huidige populatie is minder dan 400 individuen. Tot nu toe beoordelen onderzoekers de gezondheid van een walvis door een klein stukje huid van het dier te verwijderen voor een biopsie. Tussen 2016 en 2024 verzamelden een internationale onderzoeksgroep onder leiding van het WHOI, 103 ademhalingsmonsters van 85 noordkapers, met behulp van drones die door de fontein uit het spuitgat vlogen. Het microbiologisch onderzoek van de snot is een waardevolle en voor de walvis niet storende manier om informatie over de gezondheid ervan te krijgen. Wij verbouwen nu ongevraagd het thuis van deze walvissen!
Deze resultaten worden vervolgens aangevuld met andere indicatoren, zoals fotogrammetrische gegevens over de lichaamsconditie, visuele gezondheidsbeoordelingen en modelmatige inschattingen over de gezondheid en de kans om te overleven. Daarnaast worden nog ecologische modellen gebuikt om hun leefomgeving te begrijpen. Dat alles geeft een holistisch beeld van het dier en zijn omgeving. Deze gezondheidschecks zullen in de toekomst een belangrijk instrument zijn bij het monitoren van deze bedreigde diersoort. In het Noordpoolgebied worden immers de gevolgen van onze klimaatverandering versterkt. De stijging van de temperaturen is daar 3-4 keer sneller dan wereldwijd. Dat leidt tot het verdwijnen van het zee-ijs en het landijs, het ontdooien van de permafrost, meer regen dan sneeuw en grote veranderingen in de ecosystemen.

Van links naar rechts: SNOTBOT, petrischaaltje met snotmonster en commerciële robot met één petrischaaltje en drijvers. © Ocean Alliance, NEAq/WHOI, NMFS/NOAA Permit #21371, Amy Warren en Nord University.
Bultruggen
Het onderzoek onder leiding van de Engelse Nord University, richtte zich op bultruggen, potvissen en vinvissen in de Noordoostelijke Atlantische Oceaan en de Noordelijke IJszee. Tussen 2016 en 2025 zijn er monsters genomen van deze walvissen bij Ral Rei in Kaapverdië, bij Húsavík in het noorden van 2 IJsland en bij Andenes en Skjervøy, twee topbestemmingen in Noord-Noorwegen voor walvissafari's. Door het internationale team werden ademmonsters met behulp van consumentendrones en huidbiopsieën genomen. Bij een gestrande griend, de op één na grootste dolfijnensoort, in Andenes, werden de nieren en de lever verwijderd. Het onderzoek richtte zich op de aanwezigheid van pathogenen, zoals bacteriën en virussen.
De inzet van drones met steriele petrischalen en voorzien van drijvers, was ook hier een succes. De drones blijven een tijdje in de fontein van vocht en snot uit het blaasgat hangen, om de uitgeademde druppels vocht op te vangen. Zo konden de wetenschappers de gezondheid van deze oceaanreuzen in het wild onderzoeken. Door het gebruik van drones is zowel het onderzoek als de bescherming van walvissen en zeezoogdieren in het algemeen, in een stroomversnelling aan het komen. Het stelt wetenschappers immers in staat om ziekteverwekkers zonder stress of schade bij levende walvissen te monitoren. Dat levert cruciale inzichten over ziekten in de door onze klimaatverandering, zeer snel veranderende Arctische ecosystemen.
Dodelijk virus
Eén van de opzienbarende ontdekkingen van dit onderzoek is dat het gevreesde Cetacean morbillivirus, (CeMV) in de snot werd gevonden in de IJslandse en Noorse monsters. CeMV is een voor walvissen en dolfijnen dodelijk virus. Het virus verspreidt zich door het uitademen, waardoor het in de lucht terecht komt, en door aanrakingen. Het virus veroorzaakt ernstige schade aan de luchtwegen (longen), het zenuwstelsel (hersenen) en het immuunsysteem van walvissen, dolfijnen en bruinvissen. Sinds de ontdekking ervan in 1987, heeft het virus meerdere massale sterftes in walvisachtigen veroorzaakt. De ontdekking ervan in het Noordpoolgebied is dan ook zorgwekkend en vereist strikte monitoring van de walvispopulaties.
Naast het morbillivirus werden ook herpesvirussen aangetroffen bij de bultruggen bij Noorwegen, IJsland en Kaapverdië. Andere ziekteverwekkers die, zoals vogelgriep en de bacterie Brucella, overdraagbaar zijn op mensen werden niet gedetecteerd. Vooral in de winter, wanneer grote groepen walvissen, zeevogels en mensen dichter bij elkaar komen is de kans op overdracht van ziektekiemen door spuitende walvissen, een zorg.
Wat brengt de toekomst? / Quo vadis?
Walvissen, dolfijnen en zeehonden zijn zeer sociale dieren die bekend staan om hun intelligentie en samenwerking. Nieuw vergelijkend onderzoek dat in maart in Mammel Review wordt gepubliceerd, van de Flinders University in Australië, toont aan dat juist door die hechte sociale banden deze zeezoogdieren kwetsbaarder zijn voor infectieziekten. Uit hun onderzoek blijkt ook dat ziekten in deze dieren zich (uiteraard) niet willekeurig verspreiden, maar sociale paden volgen. Ziekten die door contacten of superverspreiders worden overgedragen, zijn daarmee een bedreiging.
Aan de ander kant zijn infectieziekten bij zeezoogdieren nog steeds slecht onderzocht, het boven beschreven onderzoek laat dit ook duidelijk zien. Verontrustend is ook dat de behandeling van zieke of geïnfecteerde walvissen, uiterst moeilijk tot onmogelijk is. Hiervoor zal een intensiever monitoring wellicht in de toekomst uitkomsten bieden. De situatie is nog zorgwekkender, omdat meer dan een kwart van deze dieren momenteel als bedreigd wordt beschouwd én omdat de vervuiling van de oceaan hand over hand toeneemt door menselijke activiteiten.